Make your own free website on Tripod.com
 
Gouden Eeuw

 

Index

Index  
Inleiding    
Deelvraag 1

Deelvraag 2

Deelvraag 3

Deelvraag 4

Deelvraag 5

Deelvraag 6

Deelvraag 7

Conclusie
Logboek
 

Hoe ging het in Nederland voor de Gouden Eeuw?

 

In 1568 was het dan zo ver. De broer van Willem, Lodewijk van Oranje, viel als afleiding voor de nog komende grote aanval van Willem zelf, Groningen binnen. Daar haalde hij te Heiligerlee de eerste overwinning op Alva. Het begin leek dus hoopvol, maar Alva nam diverse tegenmaatregelen, hij ging met een groot leger naar het noorden en versloeg daar bij Jemmingen Lodewijk, die zelf nog maar net wist te ontsnappen. Hierna ging hij weer snel terug naar het zuiden om daar Willem zelf op te wachten.

Willem zat ondertussen nog op het familie slot te Nassau, waar hij wegens geldgebrek nog niet een groot genoeg leger had weten te organiseren. Op het moment dat Willem eindelijk een groot goed uitgerust leger had, was Alva al weer terug in Brussel en had de afleidingsmanoeuvre van Lodewijk geen zin gehad. De expeditie van Willem was al vanaf het begin gedoemd te mislukken. Hij kreeg geen hulp van de steden in Brabant waar hij binnenviel. Hierdoor durfden ook de steden in de gewesten Namen en Henegouwen hun poorten niet te openen. De prins probeerde toen nog Luik in te nemen door een beleg op te werpen, maar hij moest dit echter snel weer opgeven, omdat hij geen rechtvaardiging had en het beleg toch al niet voorspoedig verliep.

Ondertussen was Filips II al weer een nieuwe oorlog tegen de Turken begonnen, die erg veel geld kostte. Dit betekende voor Alva dat Filips II meer inkomsten uit de Nederlanden wilden zien, en dat er dus ook nieuwe belastingen geheven moesten worden. Deze belastingen staan bekend onder de naam: De Tiende Penning:

-                     een eenmalige heffing van 1% op alle bezittingen

-                     een omzetbelasting van 5% op de verkoop van onroerende goederen

-                     een omzetbelasting van 10% op alle roerende goederen, dus ook op de dagelijkse levensbehoeften en handelswaar

 

De eerste twee belastingen waren zwaar, maar nog wel te accepteren. De derde belasting van 10% (De Tiende Penning) was niet mee te leven, en vele mensen waren nu wel fel tegen Alva. Dit speelde de Geuzen en Willem van Oranje uiteraard mooi in de hand. Deze Geuzen waren: edelen, vissers, boeren, handelslui en burgers, die bekend stonden om hun rauwigheid. Tevergeefs probeerde Willem hier nog wat orde en discipline te krijgen, om er een betrouwbare oorlogsvloot van te maken. De zwakke plek van Alva was namelijk de zeekant, aangezien Alva geen noemenswaardige vloot had.

Zo rond 1572 wilde Willem van Oranje opnieuw de Nederlanden binnenvallen, in de hoop dat de bevolking nu een grotere hekel aan Alva zouden hebben. Dit was zeer waarschijnlijk door de nieuwe belastingen en het strengere beleid tegen protestanten. Bovendien had Willem nu goede contacten met de Franse protestanten, de Hugenoten, die hem bij een 2de inval zouden assisteren. Verder had hij nog een groot geluk dat de Geuzen “per ongeluk” Den Briel ingenomen hadden. Ze waren namelijk bezig met een van hun plundertochten, toen ze erachter kwamen dat het gehele Spaanse garnizoen gevlucht was besloten ze de stad maar te houden en zo kwam Willem aan een stad. Toen de inwoners van Vlissingen dit hoorden, en ze net de belastingen moesten betalen, besloten ze zich bij de Geuzen aan te sluiten. Toen de troepen van Alva zich in Rotterdam ook nog een schuldig maakten aan verkrachting, diefstal en moord, sloten veel steden in de gewesten Holland en Zeeland aan de zijde van Willem en de Geuzen.

In juli 1572 besloot Dordrecht op eigen initiatief de Staten Generaal bij elkaar te roepen. Hier besloten de gewesten om Willem van Oranje als plaatsvervanger van Filips II te zien, hiermee zouden ze niet tegen Filips II vechten, maar tegen een slechte plaatsvervanger van Filips II. En wat misschien nog wel belangrijker was, er werd geld verzameld voor een 2de veldtocht van Willem tegen Alva. Tijdens deze veldtocht werden grote delen van de Gelderse Achterhoek met Deventer en Zuthpen, verder viel ook Roermond in de handen van de prins. Ook in Brabant werden grote vorderingen gedaan. Mechelen opende zelfs haar poorten en even later viel ook Leuven in de handen van Willem. De broer van Willem, Lodewijk veroverde in het zuiden de steden Valacijn en Bergen. Het wachten was nu enkel op de Hugenoten die vanuit Frankrijk zouden komen helpen, dan was Brussel van drie kanten ingesloten en zou Alva te verslaan zijn. Helaas voor Willem ging het zo allemaal niet, de Hugenoten waren namelijk in een val van de Franse koning gelopen. In deze val werden de Hugenoten met duizenden afgemaakt en het was niet te verwachten dat Willem nog steun zou krijgen. Willem en Lodewijk waren nu gedwongen om hun posities op te geven en zich helemaal terug te trekken naar Holland en Zeeland.

Hierbij lieten ze dus ook de steden die hun poorten voor Willem hadden geopend alleen tegen Alva. Filips II had datzelfde jaar ook nog de Turken op vernietigende wijze verslagen en dus veel geld en manschappen over om naar de opstandige gewesten te sturen. Hij had ook besloten dat de steden die hun poorten vrijwillig voor Willem van Oranje geopend hadden als voorbeeld moesten dienen. De steden werden afgebrand, en de bevolking vermoord en verkracht. Eerst Mechelen, toen Zuthpen, hierna werd de reis naar Holland ingezet. De eerste stad die in het gewest Holland zou vallen was Naarden, dat niet bestand was tegen de hoeveelheid troepen van de Spanjaarden. Alle burgers werden bijeengedreven en afgeslacht in de Grote Kerk. Hierna trok Alva naar Haarlem, die naar hij verwachtte ook zich snel zouden overgeven. Dit was fout beredeneerd want, waarom zouden de Haarlemmers het opgeven als het toch zeker was dat ze uitgemoord zouden worden. Haarlem besloot zich dus tot het bittere einde te verzetten. Het lukte Alva uiteindelijk wel de stad in te nemen, maar dat gebeurde met zware verliezen. Daarna was Alkmaar aan de beurt, na een periode van 3 maanden probeerde Alkmaar de dijken door te steken waardoor de Spanjaarden in het water kwamen te staan. Het onoverwinnelijke Spaanse leger werd hier verslagen. Na deze nederlaag werd Alva vervangen door Luis de Requesens.

Tijdens Requesens zou er in het begin weinig verschil te merken zijn tussen hem en Alva. Na de mislukking bij Alkmaar gingen hij gewoon door naar Leiden, om daar een beleg op te slaan. Dit keer waren de Spanjaarden niet zo makkelijk weg te krijgen en er was een interventie vanuit het buitenland nodig. Voor deze interventie zou Lodewijk zorgen. Hij viel met een groot leger vanuit Duitsland, de Nederlanden binnen en de opzet lukte: de Spanjaarden trokken zich terug van Leiden en vielen het leger van Lodewijk aan. De slag die hier op volgde was een herhaling van de slag bij Jemmingen, alleen nu wist Lodewijk niet te ontsnappen. De Spanjaarden stonden dus weer snel aan de poorten van Leiden. En na vele ontberingen, waarbij 6000 van de 18000 inwoner om het leven gekomen waren, besloten de Leidenaren de dijken door te steken en zo de Spanjaarden te verdrijven, net als bij Alkmaar en ook deze keer lukte het.

Requesens probeerde nu door middel van bemiddelen en omkopen steden naar zijn kant te krijgen. Toen dit niet werkte, moest hij wel wederom naar de wapens grijpen, en binnen korte tijd veroverde hij Schoonhoven, Zierikzee en Oudewater.  Het opstandige gebied was nu in 3 stukken verdeeld: Holland boven het IJ, de rest van Holland en Walcheren.

 

volgende