Make your own free website on Tripod.com
 
Gouden Eeuw

 

Index

Index  
Inleiding    
Deelvraag 1

Deelvraag 2

Deelvraag 3

Deelvraag 4

Deelvraag 5

Deelvraag 6

Deelvraag 7

Conclusie
Logboek
 

Hoe ging het in Nederland voor de Gouden Eeuw?

 

Tot 1477 waren de Nederlanden onder de directe macht van de Bourgondische vorsten. Tijdens de regering van Filips de Goede en Karel de Stoute ging het goed met de economie in de Nederlanden. De buitenlandse overheersing door de BourgondiŽrs weerhielden de verschillende rijke gewesten (Vlaanderen, Brabant, Holland en Zeeland) ervan om met elkaar om de zoveel tijd ruzie te zoeken. Dit was in het verleden wel zeer regelmatig gebeurd, en de redenen voor deze ruzies hadden meestal iets te maken met de handel. Toen in 1477 Karel de Stoute overleed, werd zijn dochter Maria van BourgondiŽ de opvolgster. Maria was op dit moment nog maar 17 en politiek zeer onervaren, en de Nederlanden maakten hiervan gebruik door hun invloed binnen het Bourgondische Rijk te vergroten.

Maria van Bourgondie trouwde met Maximiliaan van Oostenrijk, een lid van de Habsburgse familie. Rond deze tijd waren de Habsburgers, en dus ook Maximiliaan, zeer machtig binnen Europa. Zo was Maximilaan behalve de vorst van de Habsburgers ook nog eens de opvolger van het Duitse keizerrijk. Het nadelige gevolg voor de Nederlanden van deze machtige vorst is dat de prioriteiten vaak verschilden en dat de Nederlanden zich dan moesten schikken. Hier waren de Nederlanden uiteraard niet blij mee, en toen Maria in 1482 overleed, wilden ze zo snel mogelijk de zoon van Maximiliaan, Filips de Schone, aan de macht hebben.

Philips trouwde met Johanna van Aragon en hij kreeg hierdoor ook uitzicht op de troon van een groot deel van Spanje. Toen Filips stierf werd zijn zoon, Karel V, heerser van half Europa. Onder zijn macht was: Spanje, half ItaliŽ, de Nederlanden, Oostenrijk en ook werd hij nog keizer van het Duitse Rijk gekozen. Verder had Karel V nog de beschikking over de grote hoeveelheden goud die in de bergen van Peru voor het oprapen lagen. De bijnaam van dit gebied was dan ook niet voor niets “El Salvador”, het goud land.

Karel V was een zeer katholiek man. Dit werd mede veroorzaak door het feit dat hij opgegroeid is in het streng katholieke Spanje. De grootste vijanden van Karel V waren dan ook de moslims. Maar zo rond 1520 kwam er een nog veel grotere vijand bij, de protestanten. Tot 1520 was de Rooms – Katholieke kerk voor honderden jaren de enige christelijke kerk in West Europa en aangezien vrijwel iedere West – Europeaan ook christelijk was, had de kerk een soort van alleenrecht. Toen er rond 1520 vraagtekens gezet werden, wilde de Kerk net zoals zij al vaker gedaan hadden, dit de kop indrukken. Ze vroegen aan Karel V of hij het protestantisme uit wilde roeien. Karel V en later ook zijn zoon Filips II zullen fanatiek dit protestantisme uit de Nederlanden proberen te verdrijven.

Filips II verving zijn vader, toen deze zich terugtrok in een klooster, in 1555. De eerste jaren van zijn regering trok Filips II de lijn die zijn vader getrokken had op gebied van politiek en kettervervolging door. De ketters werden wel vervolgd, maar niet te hard, verder werden de hoge edelen met rust gelaten. Dit deed Filips II niet uit principe, maar vooral omdat het erg praktisch was nu hij door de oorlog met Frankrijk bijna bankroet was. Dat in werkelijkheid de gedeeltelijk protestantse Nederlanden hem een doorn in het oog waren, blijkt wel uit het feit dat, nadat de vrede met Frankrijk in 1559 getekend was, Filips II geen voet meer in de Nederlanden heeft gezet. Hij stelde namelijk een landvoogdes aan: Margaretha van Parma. Ze had van Filips II de orders gekregen om streng tegen het protestantisme op te treden. Het eerste wat ze daarom deed was de kerkelijke structuur veranderen, er kwamen nieuwe bisschoppen en de grenzen van de bisdommen werden aangepast en er werden nieuwe belastingen ingevoerd. Vooral de laatstgenoemde belastingen stuitten op veel tegenstand. Zoveel zelfs dat 5 april 1566 een groep van 200 edelen een smeekschrift indienden om de belastingverhoging niet door te laten gaan. Een adviseur zei toen de bekende woorden: N'ayez pas peur, Madame, ce ne sont que des gueux. Wees niet bang Mevrouw, het zijn slechts bedelaars. Deze naam, gueux, namen de vrijheidstrijders later aan, de Geuzen. Uit deze paar woorden is goed te zien hoe Margaretha en haar adviseurs naar de Nederlanden keken, en het verzoek werd dus ook niet ingewilligd.

Hierna volgden enkele kwamen er enkele opstanden en de Beeldenstorm brak uit in de Nederlanden, die gemakkelijk onder leiding van Margaretha neer geslagen werden. Desondanks dat de opstanden weer gemakkelijk neergeslagen werden, besloot Filips II om van de ketters in de Nederlanden een voorbeeld te maken en hij stuurde de hertog van Alva met een leger. Eenmaal in de Nederlanden aangekomen verstuurde hij uitnodigingen aan de hoge protestantse adel. Alleen de graven van Egmond en Horn zijn hier op ingegaan en toen ze in Brussel aankwamen, werden ze opgepakt en publiekelijk terechtgesteld. Verder richtte Alva nog een raad op, die over  politieke arrestaties en kwesties zou oordelen. Deze raad kreeg dan ook al snel de bijnaam, de “bloedraad”.

Als gevolg op de nu zware vervolging van de protestanten en de publieke terechtstellingen van de graven van Egmond en Horn werd er actie verwacht van Willem van Oranje. Hij was nu immers de belangrijkste edelman. En de actie die kwam, allereerst verleende hij de Geuzen het recht om in zijn naam de troepen van Alva aan te vallen. Verder bekostigde hij met zijn eigen kapitaal een grote troepenmacht waarmee hij van plan was Alva te verslaan en te verjagen. Maar voordat Willem nu echt kon beginnen, moest hij eerst zijn acties konden verantwoorden, anders was hij niets meer dan een rebel die tegen zijn koning in opstand komt, en dat wilde hij niet zijn. Om deze reden schreef Willem dan ook zijn Justifikatie. Wanneer hij dit niet gedaan had, zou het volk hem nooit geholpen hebben en dan zouden de buitenlandse vorsten hem niet erkend hebben.

 

volgende