Make your own free website on Tripod.com
 
Gouden Eeuw

 

Index

Index  
Inleiding    
Deelvraag 1

Deelvraag 2

Wat luidde het einde in van de Gouden Eeuw in Nederland ?

 

 

De Nederlandse Republiek stortte niet ineen, maar haar gouden eeuw verbleekte en verschrompelde. De economische neergang heeft veel te maken met het verdwijnen van de omstandigheden waardoor de Gouden Eeuw begonnen was. Een van de belangrijkste van deze zaken waren de bevolkingsexplosies in vooral Spanje en Engeland. Door de gunstige ligging van Nederland konden de handelaars graan heel goedkoop in de landen grenzend aan de Oostzee inkopen, en voor meer verkopen in Spanje en Engeland. Toen de snelle bevolkingsgroei afnam, begonnen de landen hun economieŽn te reorganiseren en dit deden ze door invoerrechten op Nederlandse invoer te verhogen. Ook begonnen Frankrijk en Engeland met het geven van subsidie en probeerden met behulp van invoerquotes een einde te maken aan de Nederlandse positie.

Wat een veel grotere impact op de Nederlandse economie had, waren de verschillende oorlogen waar de Republiek inzat. Er waren drie Engelse Zeeoorlogen (de eerste van 1652 - 1654, de tweede van 1665 - 1667 en de laatste van 1672 - 1674) en de Frans / Duitse inval in 1672. Behalve dat deze oorlogen veel geld kosten voor bijvoorbeeld de bouw van schepen en het onderhouden van een leger, kan de economie zich ook niet verder ontwikkelen. Dit is zo omdat de landen waar de Republiek het meeste geld aan verdienden, ook de landen waren waar ze regelmatig mee in oorlog was. Dan lagen de inkomsten stil terwijl de uitgaven groeiden.

Het is dan ook wonderbaarlijk om te constateren dat het einde van de Gouden Eeuw geen ineenstorting was. Eigenlijk was er niet eens sprake van een neergang, enkele crisisjaren buitengesloten dan. De economie van de Republiek wist zich verrassend genoeg aan te passen en heeft een zekere groei tot ver na de Gouden Eeuw door weten te zetten. Enkele veranderingen in de economie van de Republiek:

-           De handel van de Republiek was van oorsprong vooral gericht op de handel tussen verschillende Europese landen (de zogenaamde moedernegotie). Door de verschillende oorlogen en de beperkingen die de Republiek opgelegd werden kon er niet langer genoeg geld verdient worden in deze handel. De handel verplaatste zich meer naar het doorvoeren van spullen naar het achterland en stroomgebied van de rivieren. Ook werd de intercontinentale handel van een steeds groter belang.

-           Door de hoge lonen in de Republiek werd onze internationale concurrentie positie steeds zwakker. Deze hoge lonen worden namelijk doorverrekend in de uiteindelijke prijs van het product. Hierdoor kreeg bijvoorbeeld de lakennijverheid uit Leiden een enorme klap en verschoof deze vorm van nijverheid onder andere naar Lancashire.

-           Langzamerhand veranderde Amsterdam van de stapelmarkt van Europa tot het financiŽle centrum van Europa. Deze verandering had ook mede te maken met de maatregelen die diverse landen troffen om ervoor te zorgen dat de Republiek geen producten meer naar hun kon uitvoeren.

Het grootste probleem van de Republiek rond ongeveer 1700 was de torenhoge staatsschuld. Die kwam vooral door de verschillende oorlogen. De eerste en de tweede Engelse Zeeoorlog hadden nog niet zo veel invloed, behalve dat de handel een tijdje uitgeschakeld was. Een veel grotere klap was de Frans / Duitse inval die tegelijk met de derde Engelse Zeeoorlog plaatsvond. In deze tijd was de gehele Republiek veroverd behalve de provincie Holland, gelegen achter de waterlinie. Deze oorlog heeft de Republiek veel geld gekost, en ze zouden de tientallen jaren daarna nog veel meer kwijt zijn aan het bestrijden van Frankrijk en het beveiligen van eigen grenzen met behulp van een fortenlinie. Al deze zaken zorgden voor een enorme staatsschuld en hierdoor had de Republiek meer geld nodig. Om aan dit geld te komen moesten de belastingen omhoog en hierdoor daalde de koopkracht enorm. De economie zou dit niet te bovenkomen tot na de Tweede Wereldoorlog.

Wanneer je kijkt naar de absolute cijfers valt op dat de economie van de Republiek na de Gouden Eeuw niet plotsklaps in elkaar viel. Wel verloor de Republiek haar plaats als wereldleider van de economie. De economie van de Republiek bleef groeien, alleen andere economieŽn groeiden sneller en namen onze plaats over. De factoren die de Gouden Eeuw hadden gestart, zouden later de Republiek noodlottig worden; bevolkingsexplosies in Engeland, Frankrijk en Spanje zorgden er eerst voor dat er een voedseltekort was waar de Republiek geld aan verdienen kon. Later zouden deze mensen de nijverheid en industrie van de Republiek verbleken.

 
 

Deelvraag 3

Deelvraag 4

Deelvraag 5

Deelvraag 6

Conclusie

Logboek